KNVB beroepschrift: dit is het beoordelingskader
Middels een beroepschrift kun je beroep aantekenen tegen een door de KNVB opgelegd stadionverbod (en eventuele boete). Dit beroepschrift dient binnen 14 dagen na de dagtekening van het stadionverbod te worden ingediend bij de commissie stadionverboden van de KNVB. Hoeveel kans van slagen heeft een beroepschrift? Naar welke zaken kijkt de commissie stadionverboden?
In dit artikel wordt het beoordelingskader van beroepschrift bij de KNVB nader bekeken. De rechter heeft dit beoordelingskader in de laatste jaren met steeds meer handvaten vormgegeven. Er zijn dan ook een aantal specifieke aandachtspunten waar de commissie stadionverboden op dient te letten.
Beoordelingskader beroepschrift
De commissie stadionverboden toetst in beginsel of de KNVB voldoende grond heeft gehad om het stadionverbod op te leggen. De commissie kijkt daarbij of de bewijsstukken het gegrond vermoeden kunnen staven. Ook kijkt de commissie stadionverboden of het stadionverbod overeenkomt met hetgeen is bepaald in de richtlijn termijn stadionverbod. Sluit de opgelegde duur van het stadionverbod aan bij hetgeen in de richtlijn is opgenomen?
Recente jurisprudentie
In een uitspraak van januari 2024 heeft Rechtbank Oost-Brabant geoordeeld dat een opgelegd stadionverbod ook op proportionaliteit moet worden getoetst. Het ging in deze zaak zaak om een PSV-supporter die na de KNVB Bekerfinale tussen Ajax en PSV ‘kut joden’ had geroepen toen hij naar de bussen naast de Kuip liep. De PSV-supporter werd tevens verweten ‘hamas. Hamas, joden aan het gas’ te hebben geroepen, maar de supporter ontkende dit.
Op grond van de richtlijn termijn stadionverbod 2023/’24 heeft de KNVB de voetbalsupporter een stadionverbod voor de duur van 120 maanden opgelegd. Dit was de termijn die in de richtlijn termijn stadionverbod voor belediging en/of kwetsen van personen met een discriminatoir karakter stond opgenomen. De KNVB vond deze termijn onder andere gerechtvaardigd omdat er sinds 2020 een beleidsplan ‘Ons voetbal is van Iedereen’ is opgesteld waarin is afgesproken dat antisemietische en racistische uitingen harder bestraft zouden worden.
De rechtbank vond het opgelegde stadionverbod van 10 jaar echter buitenproportioneel. Daarbij geeft de rechtbank aan dat bij de beoordeling van de proportionaliteit gekeken moet worden naar een tweetal aspecten:
- De verhouding tot andere gedragingen in de richtlijn
- Aard en ernst van de gedraging en de persoonlijke omstandigheden
Verhouding tot andere gedragingen
In de richtlijn termijn stadionverbod worden jaarlijks een groot aantal gedragingen omschreven. Aan deze gedragingen wordt bepaalde termijnen gekoppeld. Zo staat er voor het afsteken van vuurwerk een termijn van 18 maanden en voor diefstal een termijn van 9 maanden. De rechtbank is van mening dat bij de beoordeling van de proportionaliteit de verhoudingen met andere gedragingen redelijk moet zijn. Er dient sprake te zijn van een relatief soortelijk gewicht.
In deze specifieke zaak vergelijkt de rechtbank de gedraging van de PSV-supporter met een aantal gedragingen, zoals brandstichting, eenvoudige mishandeling en bedreiging. Al deze gedragingen kennen een significant kortere termijn (18 tot en met 36 maanden). De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat een termijn van 120 maanden voor groepsbelediging niet als proportioneel kan worden aangemerkt.
Aard en ernst van de gedragingen en persoonlijke achtergrond betrokkenen
Als tweede aspect dient gekeken te worden naar de aard en ernst van de concrete aan betrokkene verweten gedragingen, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden, alsmede de persoonlijke achtergronden en omstandigheden van de betrokkene.
De rechtbank overweegt dat hier door de commissie stadionverboden en de KNVB geen aandacht aan is geschonken. Eiser had hier wel recht op. Zo overweegt de rechtbank dat eiser al veel schade heeft geleden, waaronder de boete van het OM en de geblokkeerde seizoenkaarten. De KNVB en commissie stadionverboden kunnen volgens de rechtbank niet voldoen met een automatische toepassing van de richtlijn. Deze omstandigheden en belangen van eiser dienen te worden meegewogen.
De rechtbank matigt uiteindelijk het stadionverbod van 120 maanden naar 18 maanden. Naar het oordeel van de rechter is een stadionverbod van 10 jaar disproportioneel en dit zal naar de maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet kunnen worden gehandhaafd in een bodemprocedure.
De hele uitspraak is hier te lezen.
Conclusie
De besproken uitspraak zet de KNVB en de commissie stadionverboden aan het werk bij het opleggen van stadionverboden. Het beoordelingskader is namelijk een stuk uitgebreider geworden. Een loutere toepassing van de richtlijn is niet meer mogelijk. De KNVB zal het opgelegde stadionverbod namelijk moeten bezien vanuit de aard en ernst van de gedraging en de persoonlijke achtergronden van de supporter.
(1) Rb. Oost-Brabant, 5 januari 2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:20, r.o. 4.11.
(2) Rb. Oost-Brabant, 5 januari 2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:20, r.o. 4.12.
(3) Rb. Oost-Brabant, 5 januari 2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:20, r.o. 4.11.
(4) Rb. Oost-Brabant, 5 januari 2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:20, r.o. 4.14.